Praktijkinzichten
Moeilijke gesprekken voeren: spanning benoemen werkt beter dan sussen
Je weet dat het gesprek er moet komen. Een medewerker die afspraken niet nakomt, een collega die zich gepasseerd voelt, slecht nieuws dat je moet brengen. En toch schuif je het voor je uit, of je verpakt de boodschap zo voorzichtig dat er niets van overblijft. Moeilijke gesprekken voeren is voor de meeste mensen geen favoriete bezigheid, ook niet voor ervaren leidinggevenden.
Recent onderzoek van Binghamton University biedt een houvast dat ik vanuit mijn praktijk als bemiddelaar alleen maar kan onderschrijven. De kern: je hoeft de spanning niet weg te poetsen. Je moet ze wel goed hanteren. In dit stuk bekijk ik wat de onderzoekers vonden en wat dat betekent voor iedereen in Vlaanderen die morgen zo’n gesprek moet aangaan.
Wat de onderzoekers precies deden
Danielle Dunne (Binghamton University) onderzocht samen met collega’s van drie andere Amerikaanse universiteiten hoe moeilijke gesprekken op het werk echt verlopen. Geen labo-experiment met studenten, maar interviews met 21 leidinggevenden en 17 medewerkers uit IT- en HR-afdelingen in de gezondheidszorg, verspreid over negen Amerikaanse staten.
Samen leverde dat 166 concrete voorbeelden van moeilijke gesprekken op: 90 vanuit het perspectief van de leidinggevende, 76 vanuit dat van de medewerker. Denk aan kritiek uiten op de keuzes van je baas, problematisch gedrag corrigeren, of slecht nieuws overbrengen. De studie verscheen in het Journal of Occupational and Organizational Psychology.
Wat dit onderzoek waardevol maakt, is dat het beide kanten van de tafel bekijkt. In mijn werk als bemiddelaar zit ik letterlijk tussen die twee perspectieven in, en ik zie hoe vaak ze uit elkaar lopen. De leidinggevende denkt dat het gesprek goed verliep. De medewerker heeft vooral onthouden dat er niet geluisterd werd.
Drie strategieën om moeilijke gesprekken te voeren
Uit de analyse kwamen drie communicatiestrategieën naar voren die het verschil maken:
- Het probleem echt bespreken. Niet eromheen draaien, niet verstoppen in algemeenheden, maar concreet benoemen wat er aan de hand is.
- Steun bieden. De ander laten voelen dat het gesprek niet bedoeld is om af te rekenen, maar om samen verder te kunnen.
- De toon bewaken. Een passende toon doorheen het hele gesprek, ook wanneer de inhoud hard is.
Dat klinkt eenvoudig, maar de combinatie is de kunst. In de praktijk zie ik gesprekken die op een van de drie sporen ontsporen. De leidinggevende die het probleem glashelder benoemt maar nul steun biedt, komt over als een aanklager. Wie alleen maar steunt en het probleem nooit scherp stelt, houdt een gezellig gesprek waar niemand iets aan heeft. En wie inhoudelijk juist zit maar de toon verliest, wordt niet meer gehoord.
Een veel voorkomend patroon is dat mensen denken te moeten kiezen: of duidelijk, of vriendelijk. Dit onderzoek bevestigt wat verbindende communicatie al langer leert. Het is geen keuze. Duidelijkheid en steun versterken elkaar, als je ze allebei bewust inzet.
Negativiteit hoeft niet uit het gesprek
Het meest verrassende inzicht uit de studie gaat over negatieve emoties. Veel leidinggevenden denken dat een goed gesprek een kalm gesprek is, waarin niemand frustratie of ontgoocheling laat zien. De onderzoekers zagen iets anders:
“Our findings show that the leader guides the formation of a shared reality with the follower and validates the follower even when the leader is expressing negative emotion about the follower or experiencing the same negative emotion as the follower.”
Danielle Dunne e.a., Binghamton University
Met andere woorden: je mag laten zien dat iets je stoort of raakt. Wat telt, is dat je tegelijk de ander blijft valideren. Erkennen dat de situatie voor de ander ook lastig is. Benoemen wat je waardeert, naast wat er schuurt.
In mijn praktijk als bemiddelaar zie ik dagelijks hoe bevrijdend dat werkt. Wanneer een zaakvoerder eindelijk zegt “ik ben hier echt ontgoocheld over, en ik wil dat we eruit geraken”, gebeurt er iets. De spanning die iedereen al maanden voelde, ligt eindelijk op tafel. Vaak is dat het moment waarop het echte gesprek begint.
Het omgekeerde, spanning wegpoetsen, heeft een prijs. Wie doet alsof er niets aan de hand is terwijl iedereen de onderstroom voelt, verliest geloofwaardigheid. Mensen vertrouwen een boodschap niet als de toon en de inhoud niet kloppen. Dat sluit aan bij wat ik eerder schreef over waarom zoveel werknemers zwijgen op het werk: niet de spanning zelf schrikt af, wel de onvoorspelbaarheid errond.
Een gedeelde realiteit bouwen
De onderzoekers gebruiken een begrip dat rechtstreeks uit het hart van bemiddeling komt: shared reality, een gedeelde realiteit. De leidinggevende die een moeilijk gesprek goed voert, bouwt samen met de medewerker een gemeenschappelijk beeld van wat er aan de hand is.
Dat betekent niet dat jullie het eens moeten zijn. Het betekent dat jullie hetzelfde verhaal kunnen navertellen. Wat is er gebeurd, wat deed dat met elk van ons, en waar staan we nu. Pas als dat beeld gedeeld is, heeft praten over oplossingen zin.
Precies daar loopt het in conflicten meestal fout. Twee mensen die al maanden overhoop liggen, leven in twee verschillende werkelijkheden. In de ene versie is er sprake van een terechte opmerking die verkeerd viel. In de andere versie van een zoveelste vernedering waar de maat vol is. Zolang die twee verhalen naast elkaar bestaan zonder elkaar te raken, escaleert elk nieuw voorval.
Als bemiddelaar is een groot deel van mijn werk niets anders dan dat: ruimte maken waarin beide verhalen verteld en gehoord worden, tot er langzaam een gedeeld beeld ontstaat. Niet hetzelfde oordeel, wel dezelfde feiten en erkende belevingen. Wie wil weten hoe dat concreet verloopt in een bemiddelingstraject, vindt de stappen op de pagina hoe bemiddeling werkt.
De les voor elke leidinggevende: begin een moeilijk gesprek niet met jouw conclusie, maar met de vraag of jullie hetzelfde zien. Vat samen wat de ander zegt voordat je reageert. Valideren is geen zwakte en geen gelijk geven. Het is de voorwaarde om samen verder te kunnen.
Hoe dat eruitziet in de praktijk
Een voorbeeld uit mijn bemiddelingspraktijk, met details aangepast om herkenbaarheid te vermijden. Twee vennoten van een technisch bedrijf zaten al een jaar vast in wederzijdse ergernis. De ene vond dat de andere te veel besliste zonder overleg. De andere vond dat de eerste elk initiatief afblokte met eindeloze vragen. Elk gesprek daarover was tot dan toe geëindigd in verwijten of in ijzige stilte.
Wat er in de bemiddeling veranderde, was precies wat dit onderzoek beschrijft. Voor het eerst benoemde elk van hen het probleem concreet, zonder de omweg van sarcasme of algemeenheden. Voor het eerst hoorde elk van hen ook de steun in de woorden van de ander: allebei wilden ze dat het bedrijf en de samenwerking zouden blijven bestaan. En omdat er iemand bij zat die de toon bewaakte, kon de spanning oplopen zonder te ontsporen.
Na twee sessies hadden ze geen oplossing, wel een gedeelde realiteit. Allebei konden ze vertellen hoe de dynamiek tussen hen werkte en wat elk daaraan bijdroeg. De werkbare afspraken die daarna kwamen, waren bijna het gemakkelijke deel. Het zware werk was het bouwen van dat gemeenschappelijke verhaal.
Dat is wat mij betreft de kern van dit onderzoek: niet de spanning bepaalt of een gesprek slaagt, wel of er uit die spanning een gedeeld beeld groeit.
Moeilijke gesprekken voeren kun je oefenen
De onderzoekers voegen een nuchtere kanttekening toe die ik graag doorgeef:
“As our findings suggest, leaders may not always need to shy away from negativity in difficult conversations. This idea, however, may be counterintuitive for leaders and might need to be practiced in a safe and controlled environment prior to the heat of a difficult conversation.”
Danielle Dunne e.a., Binghamton University
Negativiteit tonen en tegelijk verbinding houden is tegennatuurlijk voor de meeste mensen. Onder spanning vallen we terug op oude patronen: aanvallen, sussen of vermijden. Dat verander je niet door een artikel te lezen, wel door te oefenen op momenten dat de inzet laag is.
Concreet, voor wie hiermee aan de slag wil:
- Bereid de eerste zin voor. Niet het hele gesprek, wel hoe je begint. Een heldere, rustige opening zonder verwijt zet de toon voor alles wat volgt.
- Benoem je eigen emotie in plaats van ze te tonen via je gedrag. “Ik merk dat dit me frustreert” werkt anders dan een zuchtende, korte reactie.
- Vat samen voordat je antwoordt. Een simpele gewoonte die de gedeelde realiteit zin per zin opbouwt.
- Check de toon halverwege. Vraag letterlijk: “hoe komt dit gesprek bij jou binnen?” Dat ene moment van vertragen voorkomt veel schade.
- Oefen met kleine ergernissen. Wie de kleine spanning kan benoemen, staat sterker wanneer de grote komt.
Wat ik vaak merk bij teams in Brugge en de rest van Vlaanderen: het probleem is zelden dat mensen niet wíllen praten. Ze weten niet hoe eraan te beginnen zonder dat het ontploft of doodbloedt. Vaardigheid, geen onwil. En vaardigheden kun je leren, zoals ik ook schreef in luisteren is niet genoeg.
De spanning is niet je vijand
De grootste omslag zit misschien in hoe we naar spanning kijken. Spanning in een gesprek is geen teken dat het misloopt. Het is een teken dat er iets op het spel staat dat ertoe doet. Een gesprek zonder enige spanning over een onderwerp dat er echt toe doet, is meestal een gesprek waarin iemand zich inhoudt.
De vraag is dus niet hoe je spanning vermijdt, maar hoe je ze draagt. Het onderzoek van Dunne en haar collega’s geeft daar een bruikbaar antwoord op: benoem het probleem, bied steun, bewaak de toon. En durf te laten zien dat het jou ook raakt.
Merk je dat een gesprek in jouw team of organisatie al te lang wordt uitgesteld, of dat eerdere pogingen telkens vastlopen? Soms helpt een neutrale derde om de gedeelde realiteit te bouwen die jullie zelf niet meer gebouwd krijgen. Neem gerust contact op voor een vrijblijvend intakegesprek, dan bekijken we samen wat er mogelijk is.
Bron: What’s the best way to handle difficult workplace conversations? Binghamton University, over onderzoek van Dunne, Williams, Shumski Thomas en Gooty in het Journal of Occupational and Organizational Psychology.