Leiderschap & HR
Conflictvermijding in het leiderschapsteam: stilte is geen ja
Een directieteam vergadert anderhalf uur over een reorganisatie. Er wordt geknikt, er komen twee verduidelijkingsvragen, de beslissing valt. Vijf minuten later staan er twee mensen bij de koffiemachine die tegen elkaar zeggen dat dit nooit gaat werken.
Dat patroon zie ik in mijn praktijk als bemiddelaar vaker aan de top dan onderaan de organisatie. Conflictvermijding in het leiderschapsteam is zelden luidruchtig. Ze is beleefd, efficiënt en ziet er van buitenaf uit als een goed draaiende ploeg. Tot blijkt dat niemand achter de beslissing stond die iedereen goedkeurde.
Stilte is geen instemming
In een recent stuk in Forbes over conflictvermijding in directieteams zet auteur Terina Allen die verwarring scherp neer.
Many organizations confuse the absence of conflict with peace, agreement and signs of organizational health. It is not.
Terina Allen, Forbes, 27 mei 2026
Dat is precies waar het misloopt. Een vergadering zonder tegenspraak wordt gelezen als draagvlak. Terwijl stilte in een groep meestal iets anders betekent: mensen wegen af of het de moeite waard is om iets te zeggen, en besluiten van niet.
Allen noemt conflictvermijding geen vriendelijkheid maar een risico.
Conflict avoidance is not an act of kindness. No. It’s actually a leadership liability that undermines trust and inserts unnecessary risk into executive decisions.
Terina Allen, Forbes, 27 mei 2026
Wat ik daaraan zou toevoegen vanuit de bemiddelingstafel: de kost van dat zwijgen komt bijna nooit terecht bij wie zweeg. Ze komt terecht bij de teams die de beslissing moeten uitvoeren, en bij de leidinggevende die drie maanden later moet uitleggen waarom er wordt bijgestuurd.
Waarom leidinggevenden conflict vermijden
Als ik in een intakegesprek vraag waarom een bepaald onderwerp al maanden niet op tafel komt, krijg ik zelden het antwoord “ik durf niet”. Ik krijg redeneringen die op het eerste gezicht heel verstandig klinken.
- Het is nu niet het juiste moment, er ligt te veel op de plank.
- Als ik dit aankaart, wordt het persoonlijk en dat kunnen we niet gebruiken.
- Hij weet het waarschijnlijk zelf ook wel.
- Ik wil de sfeer in het team niet kapotmaken.
- We hebben elkaar nog jaren nodig, ik ga dit niet forceren.
Elk van die zinnen is een vorm van conflictvermijding bij leidinggevenden. En elk van die zinnen bevat een kern van waarheid, wat het net zo hardnekkig maakt. Het is niet dom om timing af te wegen. Het wordt pas een probleem wanneer het afwegen zelf de vaste route wordt.
Allen wijst op een aantal drijfveren die ik in de praktijk herken: de vrees dat meningsverschil de relatie beschadigt, zorgen over de eigen positie, en een cultuur waarin tegenspraak stilaan is afgeleerd. Bij vennoten komt daar iets bij dat je in een gewone hiërarchie minder ziet. Ze zijn tegelijk collega, mede-eigenaar en soms ook vriend. Een moeilijk gesprek raakt dan drie relaties in een keer, en dus stelt men uit.
Wat ik vaak merk bij leiderschapsteams: hoe hoger in de organisatie, hoe minder mensen er nog zijn die vrijuit tegen je kunnen spreken. Een directeur heeft geen collega’s meer op gelijke hoogte buiten dat ene team. Als de tegenspraak daar wegvalt, valt ze helemaal weg.
Wat conflictvermijding kost, verderop in de organisatie
Een beslissing die aan de top niet echt is uitgevochten, komt halfslachtig naar beneden. Dat is de vertaalslag die in de meeste analyses ontbreekt.
Ik zie dat concreet terugkomen in dossiers. Twee afdelingshoofden krijgen een opdracht mee waarvan hun directieleden onderling een verschillende lezing hebben. Geen van beide directieleden heeft dat verschil ooit hardop benoemd, want het leek een detail. Zes maanden later zitten die twee afdelingshoofden bij mij aan tafel met een conflict dat helemaal niet van hen is. Ze voeren een discussie uit die een niveau hoger nooit is gevoerd.
Allen formuleert dat mechanisme zo:
The difficult conversations leaders avoid today often become the operational, cultural and relational problems of tomorrow.
Terina Allen, Forbes, 27 mei 2026
Er is nog een tweede kost, en die is stiller. Medewerkers voelen het scherper aan dan leidinggevenden denken. Als het duidelijk is dat er iets speelt tussen twee directieleden, maar niemand benoemt het, dan leert de rest van de organisatie precies één ding: hier praten we niet over spanning. Wat je aan de top voordoet, wordt beleid, ook als het nooit in een beleidsdocument staat.
Daar zit meteen de link met preventie van werkconflict. Een HR-beleid rond conflicten valt of staat niet bij de procedure, maar bij het voorbeeld. Ik schreef eerder over het conflict dat je als leidinggevende nooit te zien krijgt, en dit is er de bovenkant van: wat een team niet meldt, heeft het vaak eerst hogerop niet zien gebeuren.
Het onderscheid dat je moet maken
Niet alle wrijving verdient dezelfde behandeling. Het verschil tussen inhoudelijke onenigheid en een relatieconflict bepaalt wat je ermee doet.
Inhoudelijk meningsverschil gaat over de zaak. Over timing, budget, prioriteit, aanpak. Dat soort wrijving heb je nodig. Ze legt blinde vlekken bloot en verbetert de kwaliteit van een beslissing. Allen noemt dat healthy conflict, en beschrijft het als een teken dat mensen betrokken zijn en meedenken over wat er fout kan gaan.
Relatieconflict gaat over de persoon. Over vertrouwen, respect, verdeling van invloed, oude pijn die niet is uitgesproken. Dat soort spanning verbetert niets zolang ze onder tafel blijft. Ze vreet aan de energie van iedereen die eraan meedoet.
De valkuil in leiderschapsteams: het inhoudelijke wordt vermeden uit angst dat het relationeel wordt. Terwijl het net omgekeerd werkt. Hoe langer je een inhoudelijk verschil laat liggen, hoe groter de kans dat het verkleurt naar iets persoonlijks. Te weinig wrijving levert blinde vlekken op, te veel wrijving ontspoort in een relatieconflict. De kunst is om het inhoudelijke verschil uit te spreken zolang het nog over de inhoud gaat.
Vijf dingen die wel werken
Uit wat ik in begeleidingen zie werken, plus de lijn die Allen aangeeft, komen vijf dingen die je zonder groot traject al kan proberen.
1. Vraag naar het bezwaar, niet naar het akkoord. De vraag “is iedereen mee?” nodigt uit tot knikken. De vraag “wat is het sterkste argument tegen deze beslissing?” nodigt uit tot denken. Stel die vraag voor je afklopt, niet erna. Laat het even stil zijn. De eerste tien seconden stilte zijn geen instemming, dat is opstarttijd.
2. Benoem de spanning voor je ze oplost. Wie meteen naar de oplossing springt, slaat het stuk over waar de andere zich gehoord voelt. “Ik merk dat wij tweeën hier anders naar kijken en dat we dat nog niet hebben uitgesproken” is een volledige zin. Je hoeft er niets aan toe te voegen.
3. Maak van tegenspraak een rol, niet een karaktertrek. Wijs bij zwaardere beslissingen iemand aan die expliciet de tegenkant verdedigt. Dat haalt de persoonlijke lading weg. Wie tegenspreekt vanuit een rol, wordt niet weggezet als de lastige van de groep.
4. Zet het echte punt op de agenda, niet de veilige versie ervan. Een agendapunt dat “afstemming samenwerking” heet, gaat over niets. Een agendapunt dat “wie beslist over de klantendossiers” heet, gaat ergens over. De formulering bepaalt het gesprek.
5. Scheid de persoon van het voorstel. Kritiek op een plan is geen kritiek op wie het bedacht. Dat weten mensen in theorie en vergeten ze in het moment. Het helpt om het hardop te zeggen aan het begin van een moeilijk overleg. In verbindende communicatie is het onderscheid tussen waarneming en oordeel het fundament, en dat werkt rond een directietafel net zo goed als in een gesprek tussen twee collega’s.
Wat HR hier wel en niet kan doen
HR zit in dit verhaal op een lastige stoel. Een HR-conflictbeleid is meestal geschreven voor spanning tussen medewerkers, of tussen een medewerker en zijn leidinggevende. Voor spanning binnen de directie bestaat er zelden een procedure, en als ze bestaat, gebruikt niemand ze. Wie aan de top zit, dient geen klacht in bij HR.
Toch is HR niet machteloos. Wat ik zie werken:
- Signalen bundelen in plaats van los rapporteren. Als drie afdelingen in een half jaar over hetzelfde onderwerp struikelen, is dat geen toeval maar een niet gevoerd gesprek een niveau hoger. Breng dat als patroon, niet als incident, en zonder namen.
- De vraag stellen die anderen niet stellen. HR heeft toegang tot de directietafel en zit er tegelijk niet als belanghebbende in de meeste dossiers. Dat is een positie die je kan gebruiken. “Mag ik iets terugkoppelen dat ik drie keer heb gehoord?” is een zin die je meestal maar één keer per kwartaal nodig hebt, en die dan veel opent.
- Conflictvaardigheid inbouwen in de gewone gesprekscyclus. Niet als aparte training, maar als vast onderdeel van functionerings- en teamgesprekken. Een leidinggevende die twee keer per jaar de vraag krijgt welk gesprek hij aan het uitstellen is, stelt minder uit.
- Weten waar je eigen grens ligt. Een HR-verantwoordelijke die bemiddelt tussen twee directieleden, bemiddelt tussen twee mensen die mee over zijn eigen loopbaan beslissen. Dat is geen neutrale positie, hoe zuiver je intenties ook zijn. Ik schreef eerder over de dubbele rol waarin HR terechtkomt bij conflictbemiddeling.
Preventie van werkconflict begint dus niet bij een procedure maar bij de vraag of spanning aan de top eigenlijk wel benoembaar is. Zolang dat antwoord nee is, doet het beleid eronder weinig.
Wanneer je er intern niet meer uitkomt
Er is een punt waarop deze vijf dingen niet meer volstaan. Dat punt herken je hieraan: het gesprek is al meerdere keren geprobeerd en telkens vastgelopen op hetzelfde moment. Of iedereen weet waar het over gaat, maar niemand kan het nog beginnen zonder dat het escaleert.
Dan is het niet langer een kwestie van moed of techniek. Dan ontbreekt er iets structureels: iemand die geen belang heeft bij de uitkomst. In een leiderschapsteam is er namelijk niemand die neutraal kan zijn. Ieder lid heeft een positie, een geschiedenis en iets te verliezen. Dat maakt het gesprek niet onmogelijk, maar wel oneerlijk verdeeld.
Dat is waar bemiddeling verschilt van een goed geleide vergadering. Als bemiddelaar breng ik geen oplossing mee en ik oordeel niet over wie gelijk heeft. Ik zorg dat de gesprekken die intern niet meer lukken, in een vertrouwelijk kader wel gevoerd kunnen worden, en dat er aan het einde werkbare afspraken liggen waar iedereen achter kan staan. Bij directies en vennoten in Brugge en de rest van Vlaanderen is dat vaak het verschil tussen een moeizame samenwerking en een breuk die niemand wou. Hoe zo’n traject praktisch verloopt, lees je bij hoe het werkt.
Tot slot
Conflictvermijding in het leiderschapsteam voelt van binnenuit als verantwoordelijkheid nemen. Je beschermt de sfeer, je houdt de vaart erin, je maakt geen drama van iets kleins. Van buitenaf, en zeker een niveau lager, ziet het er anders uit. Daar wordt zichtbaar wat er niet gezegd is.
Neem de laatste vergadering van je directie of managementteam erbij. Welke beslissing is genomen zonder dat iemand tegenspraak heeft geformuleerd? En zou je er geld op durven zetten dat dat betekende dat iedereen akkoord was?
Als het antwoord op die tweede vraag “nee” is, heb je je eerstvolgende agendapunt gevonden.
Wil je die eerste vraag samen met je team op tafel leggen zonder dat het escaleert? Plan een vrijblijvend intakegesprek en we bekijken wat er nodig is.
Bron: Terina Allen, How Conflict Avoidance Destroys Executive Leadership Teams, Forbes, 27 mei 2026.