Bemiddeling: je hoeft de ander niet te vertrouwen om te starten

Twee abstracte figuren in warme tinten met een rustige ruimte ertussen, als beeld voor vertrouwen in het proces van bemiddeling

Een medewerkster zat in een eerste voorgesprek tegenover me, armen gekruist. Het conflict met haar collega sleepte al acht maanden aan. “Ik wil best praten”, zei ze, “maar ik vertrouw haar voor geen haar. Wat heeft bemiddeling dan voor zin?”

Die vraag hoor ik bijna in elk dossier. En ze is volkomen logisch. Wie al maanden het gevoel heeft dat de ander achter zijn rug praat, beloftes breekt of informatie achterhoudt, ziet weinig heil in een gesprek met die persoon. Toch is het antwoord dat ik geef telkens hetzelfde: bemiddeling vraagt niet dat je de ander vertrouwt. Het vraagt dat je de bemiddelaar en het proces voldoende vertrouwt om te beginnen.

Waar zit het vertrouwen in een bemiddeling?

Half september kwamen in New Delhi bemiddelaars, advocaten en vertegenwoordigers van de overheid samen op de Commercial Mediation Conclave 2026. Een van de panels ging over een vraag die me meteen raakte: bij wie ligt de verantwoordelijkheid voor vertrouwen in bemiddeling? Bij de partijen, hun advocaten, de instellingen of de bemiddelaar?

Het verslag op SCC Online is helder. Advocate Anuradha Mukherjee formuleerde het zo:

“It is the job of the mediator to inspire trust from the parties, towards the mediator and towards the process.” (Anuradha Mukherjee, SCC Online, 2 oktober 2026)

Senior advocaat en bemiddelaar Aman Hingorani ging nog een stap verder. Volgens hem bouwt een bemiddelaar vertrouwen op in zichzelf en in het proces, niet tussen de partijen. Dat onderscheid lijkt klein, maar het verandert alles aan hoe je naar conflictbemiddeling kijkt.

Het panel ging over commerciele geschillen, met miljoenenclaims en overheidscontracten. De context is dus anders dan een conflict tussen twee collega’s in een Brugse kmo of tussen vennoten in een familiebedrijf. Maar de onderliggende logica geldt overal waar mensen vastzitten in een conflict. Daarom wil ik ze vertalen naar wat ik in mijn eigen praktijk zie.

Drie lagen van vertrouwen in bemiddeling

Als ik naar mijn dossiers kijk, zie ik vertrouwen op drie niveaus. Ze zijn niet allemaal even belangrijk bij de start.

De eerste twee lagen moeten er zijn vooraleer het eerste gezamenlijke gesprek begint. De derde laag mag ontbreken. Sterker nog, als die laag er wel was, hadden de meeste mensen mij niet nodig gehad.

In de praktijk zie ik dat partijen die derde laag vaak als voorwaarde stellen. “Eerst moet zij toegeven dat ze fout zat, dan wil ik praten.” Dat is begrijpelijk, maar het is een slot op de deur dat alleen van binnenuit open kan. Bemiddeling draait die volgorde om. Je start met vertrouwen in de structuur, en het vertrouwen in elkaar groeit daar soms uit. Niet altijd, maar vaker dan mensen verwachten.

Hoe een bemiddelaar vertrouwen in het proces opbouwt

Op het panel noemde Hingorani drie concrete middelen: een grondige analyse van het conflict vooraf, een openingswoord dat werkt als “conversational roadmap” en aparte gesprekken met elke partij. Ik herken ze alle drie, al zien ze er in een werkconflict wat anders uit dan in een handelsgeschil.

Grondige voorbereiding

Mukherjee waardeerde bemiddelaars die zich grondig voorbereiden en de inhoud van het geschil echt begrijpen. In een commercieel dossier gaat dat over contracten en technische expertise. In een teamconflict gaat het over iets anders: hoe zit de organisatie in elkaar, wie heeft welke rol, wat is er al geprobeerd, en wie heeft er belang bij dat dit conflict blijft bestaan of net verdwijnt.

Ik vraag bij elke aanvraag dezelfde dingen. Wie heeft het initiatief genomen? Wie betaalt? Weten beide partijen dat er een bemiddelaar komt, en hoe hebben ze dat gehoord? Een bemiddeling die begint met “HR heeft beslist dat jullie dit moeten doen” start met een vertrouwensachterstand. Dat los je niet op in het eerste gesprek. Dat moet je vooraf weten.

Aparte voorgesprekken

Ik begin bijna altijd met een apart gesprek met elke partij. Daar gebeurt het eigenlijke werk van vertrouwen opbouwen. Iemand kan vertellen wat er speelt zonder dat de ander meeluistert. Ik kan uitleggen hoe ik werk, wat vertrouwelijk blijft en wat niet. En de persoon kan mij aftasten: luistert die echt, of heeft die al een mening?

Dat aftasten is gezond. De medewerkster uit de inleiding stelde me in dat eerste gesprek scherpe vragen. Of ik haar collega al gesproken had. Wat die over haar gezegd had. Of de directeur me gevraagd had om een bepaalde uitkomst te bereiken. Ik antwoordde eerlijk, ook op wat ik niet kon vertellen. Aan het einde zei ze: “Oké. Ik weet nog altijd niet of het iets wordt, maar ik wil het proberen.” Meer vraag ik niet.

Abstracte waterverfillustratie van een pad dat van twee kanten naar een gedeelde ruimte loopt, als beeld voor de stappen van conflictbemiddeling

Een opening als routekaart

Het beeld van een openingswoord als routekaart vind ik sterk. Mensen die in een conflict zitten, zijn vaak gespannen en alert op gevaar. Ze willen weten wat er gaat gebeuren. Hoe lang duurt het? Wie mag eerst spreken? Wat als het uit de hand loopt? Kan ik even naar buiten?

Als ik dat bij de start helder maak, merk ik dat de spanning in de kamer zakt. Niet omdat het conflict kleiner wordt, maar omdat het onbekende kleiner wordt. Een paar dingen die ik altijd benoem:

  1. Iedereen krijgt de tijd om zijn verhaal te vertellen zonder onderbroken te worden.
  2. Ik vat samen wat ik hoor, zodat je kan checken of het klopt.
  3. We gaan op zoek naar belangen, niet naar wie gelijk heeft.
  4. Er wordt niets beslist waar jij niet achter staat.
  5. Je kan op elk moment een apart gesprek vragen.

Dat laatste punt is belangrijk. Het geeft mensen een nooduitgang. Paradoxaal genoeg maakt die nooduitgang het makkelijker om te blijven zitten.

Tevredenheid gaat over meer dan het akkoord

Moderator Jonathan Rodrigues verwees op het panel naar wat in de bemiddelingswereld de “satisfaction triangle” heet. Partijen beoordelen een bemiddeling op drie manieren:

Volgens Rodrigues komen mensen die een goede ervaring hadden met het proces vaker terug naar bemiddeling, ook als er de eerste keer geen akkoord kwam. Dat strookt met wat ik zie. Een bemiddeling zonder sluitend akkoord is niet per definitie mislukt.

Ik herinner me een conflict tussen twee vennoten die uiteindelijk toch uit elkaar gingen. Geen verzoening, geen happy end. Maar ze gingen uit elkaar met werkbare afspraken over klanten, personeel en de verdeling van de zaak, en zonder advocaten die maanden aan een dossier rekenden. Een van beiden zei achteraf: “We zijn geen vrienden meer, maar ik kan hem op straat weer groeten.” Voor mij is dat een geslaagde bemiddeling.

Die driehoek is ook een nuttige spiegel voor leidinggevenden en HR. Als je een conflict in je team aanpakt, kijk je dan alleen naar de uitkomst? Of let je ook op hoe mensen het proces beleven en of ze zich gehoord voelen? Ik schreef eerder over waarom opgelegde excuses zelden werken. Dat is precies een voorbeeld van een oplossing die op papier klopt, maar op proces en beleving faalt.

Is bemiddeling voorstellen een teken van zwakte?

Een van de sterkste uitspraken op het panel kwam opnieuw van Mukherjee:

“I don’t believe there is a weakness in reaching out to the other side to say, can we talk?” (Anuradha Mukherjee, SCC Online, 2 oktober 2026)

Die angst om zwak over te komen zie ik op de werkvloer even goed als in de rechtszaal. Een leidinggevende die bemiddeling voorstelt, vreest dat het lijkt alsof hij zijn team niet onder controle heeft. Een medewerker die het vraagt, vreest dat hij als de lastige wordt gezien. Vennoten wachten tot de ander de eerste stap zet.

Het gevolg is dat bemiddeling vaak te laat komt. Posities zijn verhard, er zijn al mails gestuurd die niet meer terug te nemen zijn, soms is er al iemand ziek thuis. Hoe langer je wacht, hoe meer er te herstellen valt en hoe kleiner de ruimte om te onderhandelen.

Wat ik mensen dan zeg: de vraag “kunnen we praten?” is geen toegeving. Het is een uitnodiging om samen te kijken of er een uitweg is die voor beide werkbaar is. En wie die vraag stelt, houdt zelf de regie over een conflict dat anders anderen voor hem gaan beslechten.

Wat betekent dat voor jouw conflict?

Een laatste punt uit het panel vond ik verrassend eerlijk. Hingorani vertelde hoe zijn co-bemiddelaar zich de dag voor een bemiddeling terugtrok, omdat hij een persoonlijke ervaring had die raakte aan het onderwerp van het geschil. Dat lijkt een detail. Voor mij is het de kern van vertrouwen in een bemiddelaar: weten wanneer je zelf niet de juiste persoon bent.

Ik stel mezelf bij elk nieuw dossier dezelfde vraag. Ken ik iemand van de betrokkenen? Heb ik een band met de organisatie? Raakt dit aan iets in mijn eigen leven waardoor ik niet meer neutraal kan luisteren? Als het antwoord ja is, verwijs ik door. Meer over hoe ik naar neutraliteit kijk, lees je in is een bemiddelaar echt neutraal?.

Als je twijfelt of bemiddeling iets kan betekenen voor een conflict in je team of tussen vennoten, dan zijn dit de vragen die ik je zou meegeven:

Tot slot: vertrouwen is een resultaat, geen voorwaarde

De medewerkster uit de inleiding zat vier weken later samen met haar collega aan tafel. Het werd geen warm gesprek. Er vielen stiltes, er werden scherpe dingen gezegd. Maar ze bleven zitten, omdat ze wisten hoe het gesprek zou verlopen en dat ze op elk moment een pauze konden vragen. Na drie sessies lagen er concrete afspraken over taakverdeling en over hoe ze elkaar aanspreken als iets niet loopt.

Vertrouwen in elkaar? Een beetje, zei ze. Genoeg om verder te kunnen. Dat is wat bemiddeling vaak oplevert: geen vriendschap, wel een werkbare relatie die gebouwd is op ervaring in plaats van op hoop.

Een praktische tip om mee te nemen: als jij in een conflict zit en denkt “ik vertrouw die persoon niet”, stel jezelf dan een andere vraag. Niet “vertrouw ik de ander?”, maar “wat zou ik nodig hebben om een gesprek met de ander veilig genoeg te maken?” Het antwoord op die vraag is vaak het begin van een bemiddeling.

Zit je zelf vast in een conflict op het werk of tussen vennoten, in Brugge of elders in West-Vlaanderen? Lees hoe bemiddeling bij mij verloopt of plan een vrijblijvend kennismakingsgesprek. Dat eerste gesprek is precies bedoeld om te kijken of je mij en het proces genoeg vertrouwt om te beginnen.

Bron: Trust in Mediation: Experts explore who is responsible for inculcating trust in mediation at the Commercial Mediation Conclave 2026, SCC Online, 2 oktober 2026.

Zit je met een conflict?

Een eerste gesprek is vrijblijvend en gratis. We kijken samen of bemiddeling past bij jouw situatie.

Plan een gesprek